Hoogstamboomgaard
Voeden, Ecologie, Landschap
Voor 1950 hadden de meeste boerderijen hun eigen hoogstamboomgaard en waren typisch voor het boerenlandschap. Ook De wieckse had een eigen boomgaard. Tegenwoordig wordt fruit geteeld aan kleine bomen die meer opbrengst geven en efficiënter geoogst kunnen worden. Met het verdwijnen van de hoogstamboomgaard en verdween ook de enorme biodiversiteit die boomgaarden geven. Ze trekken bacteriën, schimmels en insecten aan en vogels nestelen in de hoge takken. Ook het kruidenrijke grasland onder de bomen is een paradijs voor insecten. De bomen zijn met hun diepe wortels erg sterk en dus bestand tegen wisselende klimaat omstandigheden.
In totaal worden er op de Wieckse meer dan 300 hoogtamfruitbomen aangeplant. De boomgaarden worden omgeven door knip- en scheerheggen om nog meer bij te dragen aan de lokale ecologie en een thuis te bieden voor natuurlijke vijanden van de ziektes en plagen die de bomen kunnen overkomen. Als de bomen volwassen zijn is er ruimte om onder de bomen schapen of koeien te laten grazen. Deze helpen bij het onderhoud van het grasland en tegelijkertijd voeden zij de bodem met hun poep.
Het grootste gedeelte van de bomen zullen appelbomen zijn van ten minste 10 verschillende rassen met verschillende smaken en oogstmomenten. Naast de appels worden er ook peren, pruimen, moerbeien en tamme kastanjes aangeplant. Het grootste gedeelte van de appels zal als valfruit geoogst worden om verwerkt te worden tot sap. De vruchten aan lagere takken welke makkelijk geplukt kunnen worden gaan naar de winkel voor directe consumptie.